En nu .... aan de slag binnen Nederland Paraat!

Studie is leuk, maar uitbeelden en beleven is natuurlijk wel even wat anders! Ervaar wat het is om de grove wollen stof te dragen, in een loopgraaf te staan, bewapend op een oud rijwiel te fietsen, 's nachts in een groepsonderkomen op een strozak te slapen, eten uit je eetketel! 

Wat heb ik nodig om mee te kunnen doen?

Kleding maakt de man. Een uniform is wel een eerste vereiste. Tot het moment dat je zelf aan een uniform geraakt kan de groep je voorzien in een leenexemplaar.
Veel uitrusting is te koop in replica. De groep zal je precies vertellen wat je exact nodig bent en waar je dat het beste kunt halen.

Nederland Paraat beeldt over het algemeen twee soorten militairen uit: infanteristen en wielrijders van de infanterie. Tip: start met de uitbeelding 'infanterist'.

Elke soldaat heeft minimaal dit aan of om:
Een jas en broek groffe stof. Onder de jas een wit overhemd met korte opstaande kraag. Het overhemd sluit aan de voorzijde middels een borstsplit.
Op z'n hoofd draagt hij een veldmuts van groengrijze groffe stof. In gevechtstenue is dat een helm met bronzen leeuwenplaat. Ook in gevechtstenue draagt hij altijd een gasmaskerdraagzak met gasmasker aan de linkerzijde van het lichaam.
Als schoeisel draagt hij zwarte leren halfhoge schoenen met leren zolen, al dan niet voorzien van beslag, en leren veters. Het onderbeen is gewikkeld in beenwindsels, de zg. 'puttees'.


De infanterist is bewapend met het geweer Hembrug, een geweer met een lengte van 1,28M. Als gevechtsuitrusting draagt hij aan de koppel mee: twee brede patroontassen(zg. 'blokpatroontassen'), een geweerbajonet in een lederen schede, een veldschep in een lederen drager, een eetketel in een canvas foudraal, een broodzak met veldfles. De koppel wordt opgehouden door een draagbandenstel van canvas.
De wielrijder is bewapend met de karabijn. Aan zijn koppel draagt hij zes karabijnpatroontassen, een lange karabijnbajonet in lederen schede, een veldschep in drager en een eetketel in stoffen foudraal. Daarnaast de broodzak met veldfles. Onnodig te vertellen, maar een wielrijder heeft ook een rijwiel. De deelnemers in de groep kunnen je exact vertellen waar dat 'wiel' (zoals de wielrijders hun rijwiel noemen) aan moet voldoen.

Let wel! Niemand verwacht dat je binnen drie maanden alles op de rit hebt. Wel verwachten we een bepaalde inspanning van nieuwe deelnemers. Na een jaar ongeveer moet je de basis voor elkaar hebben.

Moet ik een militaire achtergrond hebben?

Nee, dat is niet nodig. Binnen de groep leer je alles wat nodig is om als soldaat in de mobilisatie te kunnen optreden. Wel verwachten we dat je je studie doet: lezen, uitzoeken etc. De beeldvorming moet je zelf verzorgen.

Is er een minimum leeftijd?

Ja. De soldaat werd voor de oorlog vanaf 18 jaar 'ingenomen'. Dat doen wij ook. Dat heeft ook te maken met de wetgeving: onder de 18 mag je eenvoudig niet met wapens lopen!
Deelnemers die jonger zijn kunnen wel hun belangstelling tonen. Als er plaats is kunnen ze ingenomen worden in de rol van soldaat-gewondenverzorger. Als 'wapen' dragen ze dan een (lege) pistooltas. Voordeel van jong instromen is natuurlijk dat je dan gebruik kunt maken van de expertise van de groep, nodig om de juiste uitrusting te vergaren voor het moment dat je achttien bent!

Treedt Nederland Paraat vaak op?

Zo! Reken op ongeveer vijf evenementen in het voorjaar en zo'n vier evenementen in het najaar, gemiddeld. We verwachten van onze deelnemers dat ze zo vaak mogelijk aanwezig zijn.
Dat lukt natuurlijk niet altijd en dat is ook niet zo erg, als je het maar van te voren meldt.
Voor elk evenement krijgt een deelnemer informatie en een oproep. Je kunt dan kiezen of je aanwezig wilt (of kunt) zijn en je aan- of afmelden.

Lijkt me een prijzige hobby....

Dat klopt. Het is een van de duurdere takken van sport binnen de living history.
De deelnemers kopen hun kleding en uitrusting zelf. Hiervoor krijgen de deelnemers overigens wel aanwijzingen vanuit de groep, want niet alles is zomaar toegestaan. Er is veel expertise binnen de groep, veel aangeboden artikelen worden bekeken en zo weten we ook wat als replica het beste is (of de werkelijkheid het dichtst benadert)

We dragen zoveel mogelijk replica spullen en hoewel het de laatste jaren allemaal wat goedkoper wordt, blijft het een prijzig gebeuren.
Met name in het eerste jaar valt er binnen de groep veel te regelen, zodat je altijd in compleet tenue en uitrusting op het evenement aanwezig bent.

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpuf

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpu

‘De eentonigheid der grijze kleeding’

Ontwerp en materiaal van de veldgrijze Veldjas 1912-1940

Door Mariska Pool en Mark van Hattem

Door de invoering van de veldgrijze veldjas onderging het Nederlandse Leger vanaf 1913 een totale gedaantewisseling. Het nieuwe uniform gaf tot in 1940 stof tot een reeks van klachten. Over ouderwetse staande kragen, een wildgroei aan borst- en schootzakken en de ‘Commissie Veldjas’ van 1937.

Mariska Pool is textielrestaurator en Mark van Hattem is conservator textilia, beiden in het Legermuseum.

- See more at: http://www.militairmagazijn.nl/bronnen/armamentaria/artikel/bronnen_armas_xml_e58612ac-7487-46f8-8ebe-8e3264ca2139/#sthash.o9Kpxrlp.dpuf