Op 28 juni 1914 wordt de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand in Sarajevo vermoord door de Bosnisch-servische activist Prinzip. Een maand later, op 28 juli, verklaart de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie Servië de oorlog. In hoog tempo volgen de oorlogsverklaringen van de sympatisanten elkaar op en voordat de Europese wereld het beseft bevindt zij zich in een militair treffen dat zijn weerga in die dagen niet kent.
Op 4 augustus trekt Duitsland België binnen om zo uitvoering te geven aan het (enigszins gewijzigde) Plan von Schlieffen. Frankrijk moet uitgeschakeld worden voordat Rusland militair gevaarlijk kan worden.

België laat zich niet zomaar op de knieën dwingen. Nadat met fors geweld de forten bij Luik en het Maasleger zijn verslagen wordt Antwerpen aan een zwaar bombardement onderworpen. Het Belgische leger trekt zich terug achter het riviertje de IJzer, waar zij zich gedekt voelt door de inundaties. Duitsland loopt hier vast. De opmars door Frankrijk stopt nadat bij de Marne zwaar slag wordt geleverd met het Franse leger. De partijen graven zich in. In november 1914 staat de bewegingsoorlog zo goed als stil. Door heel Europa loopt een smalle gordel van loopgraven, versterkingen en prikkeldraad. De loopgravenoorlog en daarmee de Grote Europese oorlog (1914-1945) is begonnen.



Bij aanvang van de oorlog waren veel legers nog gekleed en uitgerust conform de gewoonten van rond 1890. De drachten waren voornamelijk donkerblauw, echte helmen bestonden niet, de meeste geweren waren van Duitse (Mauser) of Oostenrijkse bouw (Steyr Mannlicher) van midden jaren negentig. De mitrailleurs waren in de legers in speciale eenheden ondergebracht. Ruiterij werd als serieuze gevechtspartner beschouwd. Tanks of bepantserde gevechtswagens (mechanisatie) was niet aan de orde. Het geschut was voornamelijk lomp en zwaar.
 
Het Duitse leger ging gekleed in een veldgrijze tuniek (M1907 en M1913 Landsturmschnitt), waarmee zij met Nederland één van de eersten was in West-Europa (beide landen 1912). De jas en broek waren voor de infanterie met rode biezen verluchtigd en de jassen waren getailleerd. Veel sierlijke knoopjes maakten de uniform tot een 'zondags pak'. De soldaten droegen een uit zwart leer geperste helm met een koperen punt en een groot koperblikken embleem. Daarover een overtrekje met grote rode cijfers waarop het regimentsnummer was te lezen. Verder droeg de soldaat bruinlederen goed als patroontassen, koppel, laarzen en riemenstel. Een geweer Mauser met een lange bajonet en een ransel ('Tornister') completeerden het geheel.

 

 

In de loop van de oorlog werd de tuniek drastisch vereenvoudigd. De redenen laten zich raden: gebrek aan materialen (mede door de boycot van Duitsland) en verandering van oorlogvoering zijn de belangrijksten. Extra uitrusting komt erbij: vele soorten gereedschappen om loopgraven en dekkingen nog beter te maken, gasmaskers wegens de vanaf april 1915 ingezette gasmiddelen, een stalen helm, kortere geweren en bajonetten wegens de loopgraafgevechten etc.
 
Het eerste conflict van de Grote europese oorlog eindigt formeel met de capitulatie van 11 november 1918. Vanaf dat moment beginnen de voorbereidingen voor het tweede grote treffen dat 21 jaar later zou starten.