Tornister, algemeen.

In feite is dit de ransel. Tot eind 1914 gewoonlijk uitgevoerd in kalfsvel met haar, daarna veel vaker alleen in zeildoek (waarbij het rugpand echter nog steeds een harig stuk leer bleef). Bij tekort aan Tornister werden er Rücksäcke verstrekt, dit echter zelden aan de infanterie. Bij RIR119 houden we vast aan de Tornister.

 


Buitenzijde Tornister:

Mantel en Zeltbahn (tentzeil)
Beiden werden over de Tornister gelegd en vastgebonden met mantelriemen. Eerst de mantel en daaroverheen de Zeltbahn. In de groep leer je hoe je dit moet vouwen.
Vanaf 1915 werd de Mantel over de Zeltbahn gelegd i.v.m. camouflagedoeleinden.

Essgeschirr (Eetketel)
Een eetketel met deksel en vaste steel. Tot 1908 hardnekkig ‘Kochgeschirr’ genoemd omdat de soldaat geacht werd hiermee ook te kunnen koken. Met invoering van de veldkeukens kwam hieraan een eind.
De vroege exemplaren zijn uit aluminium en zwartgelakt, de latere exemplaren (vanaf 1915) uit ijzerblik, feldgrau geëmailleerd. De ketel wordt op de klep van de Tornister meegevoerd, vastgesnoerd met twee riemen.
In de ketel bevindt zich een ‘voetje’ aan de bovenrand, bedoeld voor het inklemmen van de
Göffel (Gabel/Löffel) (gecombineerde lepel/vork), een lepel en vork die middels een nagel in de stelen aan elkaar zijn verbonden. Bijna een halve eeuw in gebruik geweest in het Duitse leger. De Göffel werd ook vaak los in de zak meegevoerd. Het eetgereedschapje is in replica en origineel goed te vinden.
In de ketel wordt tevens meegevoerd: toiletartikelen, munitie, voedsel (de laatste twee bij aanvallend gevecht als in plaats van een Tornister de ‘Sturmgepäck’ wordt meegevoerd).

Inhoud Tornister:

Als de Tornister op de riemen wordt gelegd en geopend kijk je in de kast en tegen de binnenzijde van de klep.
Aan die binnenzijde zit een zak, de Wäschebeutel. Hierin ging toiletartikelen, ondergoed, gewassen goed etc. De oudere Tornister hebben tevens links en rechts van de Wäschebeutel ingenaaide, met een klepje afsluitbare vakjes zitten. Hierin ging per vakje een doosje geweerpatronen.
Tussen kast en Wäschebeutel bevindt zich de langwerpige zak waarin drie tentstokken en drie haringen zitten, samen met een lange scheerlijn. De zak wordt met de twee vaste riempjes door de leren ogen van de Tornister vastgemaakt.
In de kast: allereerst een schoon hemd, daarop het paar Schnurschühe, aan de buitenzijden van de kast met de hakken naar de kijker gericht. Sokken (evt. voetlappen) in de schoenen steken. Daartussen schoen- en kledingonderhoudsmiddelen, conservenblikken, Zwiebackbeutel, koffieblikje etc. Ook de wapenonderhoudsmiddelen vinden hier hun plaats.
Als de kast gevuld is wordt als laatste het Krätzchen erop gelegd, samen met een gezangboekje. Dan worden de flappen gesloten, de Tornister dichtgeslagen en met twee riemen aan de onderzijde vastgesnoerd.
Tornister zijn over het algemeen goed verkrijgbaar, zorg wel dat het een WO-1 exemplaar is. Er zijn veel Tornister uit de WO-II periode te koop, die zijn echt anders! Let erop dat het riemenwerk compleet is en dat de Tornister draagbaar is.