Korte geschiedenis RIR119

 

RIR119 werd op 2 augustus 1914 samengesteld uit reservisten uit vier regio's in het koninkrijk Wuerttemberg. Het eerste bataljon (de eerste vier compagnieen) kwamen uit het Landwehrdistrict Calw, het vijfde tot en met achtste compagnie uit het district Rottweil en de negende tot en met twaalfde compagnie uit Reutlingen. De mitrailleurcompagnie en de staf werden in Stuttgart, de hoofdstad, betrokken. Het reserveregiment werd opgezet door het 'staande' 119 Grenadier Regiment 'Koenigin Olga'. Ondanks dat droegen de reservisten niet de uniformkenmerken van de Grenadiers.
Veel reservisten hadden hun dienstplichttijd (van hun 20e t/m 23e) bij GR 119 doorgebracht. Een reservist was zes jaar na zijn dienstplicht reserveplichtig. De meeste soldaten waren dan ook mannen van in de twintig. Gedurende de oorlog stroomden echter ook veel Landwehrmannen en ook jongeren in bij RIR119.

Veel tijd om te oefenen was er niet; een week na oprichting vertrok het regiment naar de uitvalsgebieden in Baden om van daaruit via de Vogesen (waar de eerste gevechten plaatsvonden) naar de omgeving van Cambrai te gaan. Daar kwamen ze in de laatste week van september aan. De marsformatie werd hersteld en de opmars naar Bapaume ingezet. Dit slaperige stadje viel al op de tweede dag van de opmars waarna 119RIR vastliep op Ovillers, een dorpje een aantal kilometers west van Bapaume. Hier groef het regiment zich in (tot aan st. Pierre Divion). Verbitterde gevechten tegen de Fransen volgden in  de maanden erop, met name in december zijn veel zware franse aanvallen afgeslagen. De natuurlijke grens werd gevormd door de Ancre, een zijriviertje van de Somme. De brede oevers van dit riviertje kenmerken zich tot op de dag van vandaag als een moerassig gebied met veel visvijvers.

De gevechten gingen onafgebroken door tot maart 1915. Met name rond de 'Granathof' in la Boiselle is zwaar gevochten. In maart werden de posities van RIR119 overgenomen door zusterregiment RIR120. Het regiment ging voor rust, recuperatie en oefening te ruste in de omgeving Bapaume.

Na deze periode die tot mei duurde, betrok het regiment de stellingen iets meer noordelijk van haar oude stellinggebied: de sector waarin de dorpjes Beaumont, Beaumont Hamel en het oord Serre lagen Met name in de laatstgenoemde plaats, waar een vooruitgeschoven versterking lag (Heidenkopf) is hard gevochten (eerste helft juni 1915).
Het regiment heeft doorlopend in deze sector geacteerd. Stellingen werden steeds zwaarder uitgevoerd, rustende eenheden moesten 's nachts terug om 'Grabendienst' uit te voeren: herstellen van kapotgeschoten stellingen en het graven van nieuwe loopgraven en onderkomens. Die laatsten werden diep in de kalkbodem gegraven. Tot het moment dat de grote engelse aanval begon zijn de stellingen verzwaard. Midden 1916 bestonden ze uit drie linies van elk drie loopgraven, met 500 meter tussen de linies.

Op 1 juli 1916 begon de zwaarste aanval, na een artillerie- en gasbombardement van 6 dagen. De loopgraven waren bijna ge-egaliseerd en bij de 9e Kompanie sloeg een mijnexplosie een gat in de linies (die overigens snel gedicht werd omdat de engelsen te laat in de krater waren). Tot de eerste week van september vocht het regiment tegen de engelsen in de sector, daarna ging ze voor rust en recuperatie uit het gevecht (omgeving Inchy) Bij terugkeer bleef het regiment in dezelfde omgeving vechten: Mireaumont, Thiepval, Courcelette, later zuid van Albert.

1917 kenmerkt zich door gevechten in de Siegfriedlinie en daarna, in april, de gevechten rond Arras. Tot midden augustus werd in Noordfrankrijk in stelling gevochten, daarna verplaatste het regiment zich naar Belgie om deel uit te maken van de 'Gruppe Wijtschate' van het 4e leger. De derde slag om Ieper ontvouwde zich op dat moment. De rest van het jaar vocht het regiment bij de Steenbeek, Houthulsterbos en Yzerkanaal om dan langzaam op te schuiven richting Dixmuide.

1918 was het jaar van het grote tegenoffensief. Na een oefenperiode op het gebied Waas-Muenster trok het regiment opnieuw Frankrijk in en ging mars richting de Somme. Daar is in een beweeglijke oorlog gevochten tot net regiment zich in oktober langzaam terugtrok richting Belgische grens.

In november staat de oorlog ineens stil. Het regiment verkocht z'n materieel en ging via de Eifel huiswaarts. Midden december kwam het regiment aan in Stuttgart waar zij demobiliseerde.