Wass kann mann haben, wass muss mann haben.

De groep RIR119 laat een algemeen beeld van de Duitse soldaat aan het Westfront zien. Dat houdt in dat uitzonderingen liever niet getoond worden. Ook afwijkingen in uniform en uitrusting worden alleen dan toegestaan als het betreffende stuk essentieel is en niet in de originele vorm verkrijgbaar is.
Deze lijst is zeker niet compleet. Het is de lijst van kleding en uitrusting zoals gebruikt binnen de groep RIR119. Voor een totaaloverzicht aan kleding en uitrusting wende men zich tot de boeken van dhr. Juergen Kraus van het Bayerisch Armee Museum te Muenchen.

Bekleidung

Jas M.1913 Landsturmschnitt.

Deze jas werd in grote getale voor de eenheden gefabriceerd en leek uiterlijk sterk op de jas M.1907. Het is ook de jas die het meest op verkoopsites wordt aangeboden. Let bij de aankoop op de volgende zaken:
- de punten aan de kraag zijn eerder rond dan puntig;
- rode biezen;
- knopen met keizerlijke kroon en een rand.
Opgelet: vanaf begin 1915 werden geen koperen knopen meer verstrekt, de soldaten moesten ze ook inleveren. Daarvoor kwam een knoop in een goedkoper metaal die met een bronsverf was bestreken en daardoor een gepatineerd uiterlijk kreeg.
In de handel zijn vrijwel altijd de koperen knopen uit 1914 meegeleverd. Die moet je dus kleuren.

RIR119 droeg naast de Brandenburger opslagen met drie knopen ook vaak de Zweedse opslag, met twee naast elkaar geplaatste knopen. Beide vormen zijn toegestaan, ze kwamen ook naast elkaar voor in de Wuerttemberger Reserveregimenten.
De jas kan door de gehele periode (1914-1918) gedragen worden.

Broek M.1907

Een lange feldgraue broek in Tuch (groffe wollen stof), al dan niet met rode bies langs de zoom. De broek sleet snel en werd dan vervangen door een steengrijze broek, weer al of niet met rode bies. De feldgraue broek werd op een gegeven moment bestemd als 'Friendensanzug' terwijl de grijze broek het meest in het veld voorkwam.
Beide kleuren worden toegestaan binnen de groep. Ze kunnen door de gehele periode worden gedragen.

Bluse M.1915

Een zeer vereenvoudigde jas, ontdaan van versierselen, met als voornaamste kenmerken:
- een resedagroene kraag (let op dat je geen dennengroene koopt, de Wehrmacht droeg die wel);
- de hoge opgeklapte manchetten zitten op slechts 1 punt aan de mouw vastgenaaid: aan de achterzijde. Er bestaan replica's waarvan de manchetten 'dichtgenaaid' zijn: niet goed en ook niet toegestaan.
- zes benen of parlemoeren knopen achter een verdekte lijst;
- matte knopen aan de zakken, op de schouders en als koppeldragers op de rug. Deze knopen staan wat hoger dan het voorgaande model, hebben geen rand en dragen de keizerlijke kroon.
- de toegepaste epauletten zijn van het model vanaf januari 1916: feldgrau met witte rand, het cijfer'119' met enkele kettingsteek aangebracht. Epauletten waren in de zoom ingenaaid of door de soldaten provisorisch aangebracht met naald en draad.

De Bluse werd verstrekt vanaf eind 1915 en werd gedragen tot einde van de oorlog.

Halsbinde

Een reep stof, bedoeld om de Tuch van de kraag tegen bevuiling van de nek te beschermen. Halsbinden zijn in repro goed verkrijgbaar. Opgelet: verplicht item!

Mantel M.1908

Een grijze dunne mantel die bedoeld was als regenkleding. In de loop van 1915 werd de jas steeds meer gevoerd, eerst de armen, daarna ook het bovenlichaam. Een belangrijk kenmerk aan de jas zijn de grote rode rechthoekige patten op de kraag. Deze werden in de loop van 1915 echter massaal verwijderd. De jas is tot nu toe niet in de handel maar wordt wel op bestelling gemaakt.
Toegestaan tot eind 1915.

Einheitsmantel M.1915

Een gevoerde, feldgraue mantel voor manschappen en onderofficieren. Verstrekking vanaf de zomer 1915 en gedragen tot het eind. Epauletten precies als Bluse M.1915. De kleur van de kraag is gelijk aan die van de Bluse (resedagroen, GEEN dennengroen!). Knopen aan de mantel zijn als die van de Bluse: metaal met de keizerskroon en zonder rand.
Toegestaan vanaf eind 1915.

Feldmuetze M.1907, Einheitsmuetze M.1917

Een rond mutsje van feldgraue Tuch met een drie cm hoge rode rand. De voering van linnen of grauw katoen zit er met de hand aan de rand vastgenaaid in. Bijalle replica's geldt dat je het vastgenaaide binnenwerk moet verwijderen en vervangen door een 'losse' voering.
De Feldmuetze draagt twee zg. Kokarden: kleurige knopen van ongeveer 20 mm breed. De bovenste Kokarden in de kleuren van het Keizerrijk (Pruisen), de knoop op de rode band in de kleuren van koninkrijk Wuerttemberg: zwart-rood-zwart.
Al snel wordt de rode band afgedekt door een drie cm brede feldgraue band, de zg. Verdeckband. Deze is dan ook verplicht bij verbeeldingen vanaf begin 1915.
De Feldmuetze M.1907 wordt in 1917 vervangen door een gelijkvormig exemplaar, maar dan met resedagroene band. De Verdeckband komt dan te vervallen. De reeds uitgereikte M.1907s worden gewoon doorgedragen.
De veldmuts was zeer populair en werd vrijwel altijd gedragen. De mannen spraken overigens niet over een veldmuts, maar over 'Kraetzchen' (luisje).