Leergoed algemeen

Alle leergoed, in opslag voor mobilisatie, was ongeverfd. Dit gold voor zowel uitrustingsstukken als schoeisel. Met de order van het hoofdkwartier van 21 augustus 1915 werd alle leerwerk gezwart.
Gemobiliseerde eenheden, zoals RIR119, ontvingen pas bij opkomst de kleding en uitrusting. Daar de ‘staande’ regimenten voorrang hadden bij de verstrekking, werd aan Reserve- en Landwehreenheden ook nog vaak uit oude voorraden verstrekt. Dat betrof dan in de regel gezwarte uitrusting uit de periode voor 1912. Voornamelijk zijn dat dan patroontassen en bajonetschedes. Deze afwijking is dan ook bij RIR119 niet ongebruikelijk geweest en wordt dan ook door de groep getoond.
Ongetwijfeld zullen er gevallen zijn geweest dat het leerwerk niet gezwart werd. Dat zijn echter uitzonderingen die RIR119 niet wil laten zien. In een 1917-setting lopen er dus geen soldaten rond met bruine patroontassen o.i.d.

Aan de koppel.

De koppel.
De koppel is van leer met een koperen sluiting, na voorjaar 1915 een metalen (ijzeren) sluiting. De buitenzijde van de koppel is ruw, de gladde zijde bevindt zich dus naar het lichaam. De koppel wordt gesloten middels een koppelslot, in geval van RIR119 met Württemberger embleem.
Eisen: glad leer binnenzijde, ruwe zijde buiten, geen gestanste sluiting! Het vroege model had een koperen sluitbeugel, de latere modellen een ijzeren van een matte ijzerkleur.

Patroontassen M.1909

De patroontassen zijn ingericht voor het dragen van vier clips Mausermunitie. Van de onderste knoppen is de middelste afwijkend van vorm. De tassen zijn veelal genaaid i.p.v. geniet. Deze tassen waren de meest voorkomende bij de Duitse soldaat.
N.B.: Wehrmachttassen niet toegestaan!

Patroontassen M.1895
Deze patroontassen zijn ingericht voor het dragen van drie pakjes patronen, met elk drie clips patronen. De tas heeft de vorm van een blok. De klep opent van het lichaam af en wordt gesloten middels twee leren strips aan de zijkanten. De tas is gemaakt van gezwart leer. Vooral bij Reserve- en Landwehreenheden te vinden.

De broodzak.
De broodzak in de vredesperiode was van lichtbruin/roodbruin zeildoek gemaakt en werd met twee lussen aan de koppel gedragen. Bij de linkerlus bevindt zich een metalen D-ring ten behoeve van het aanhaken van veldfles en drinkbeker.
De draagriem van de broodtas werd gebruikt om de patroontassen op te houden. Indien de tornister werd gedragen werd deze riem in de broodzak geborgen.
Vanaf het uitbreken van de oorlog werd de broodzak in een grijs-grauwe kleur gemaakt, de bruine (vredes-)broodzak werd niet meer uitgereikt.
Bij de groep RIR119 zijn beide kleuren toegestaan.



De veldfles M.1898/M.1909/M.1915
De veldflessen M.1898 en M.1915 zijn ongeveer gelijkvormig met dien verstande dat de veldfles M.1915 een bredere mond heeft. Daarnaast is de M.1915 niet van aluminium maar van ge-emailleerd ijzerblik gemaakt. Beide flessen worden gedicht met een kurk waarop een metalen hoedje zit. Het 1915-model heeft vaak een corduroy bekleding en heeft slechts een draagriempje rond de hals.
De M.1909 is een veldfles met schroefdop en nagenoeg zonder hals. De veldfles kent een leren kraagje waaraan de draaghaak zit en een riem aan voor- en achterzijde die op de bodem van de fles aansluiten op een metalen opstaande knop. De fles moest vanwege z’n materiaal (aluminium) in 1915 ingeleverd worden en werd vervangen door de M.1915.
Vanaf de zomer van 1917 kreeg elke soldaat twee veldflessen.
De flessen zijn goed verkrijgbaar. Latere modellen (met hals en schroefdop) niet toegestaan.


Feldflasche M.1915

Drinkbekers
Er bestaan twee typen: het aluminium drinkbekertje met inklapbare handvatten en een ijzer-ge-emailleerde drinkbeker met een 'vast' oortje. Beiden bevatten ongeveer een kwart liter. Het aluminium bekertje werd halverwege 1915 ingeleverd (aluminium!) en vervangen door het ijzerblikken exemplaar.
Beide exemplaren zijn zowel in repro als origineel goed verkrijgbaar, de prijzen lopen nauwelijks uiteen.


Becher M.1915