Schuhzeug

Elke soldaat kreeg uitgereikt, tot aan het einde van de oorlog toe, een paar Marschstiefel (laarzen) en een paar Schnurschühe (veterschoenen). De laarzen waren voorgeschreven voor de dienst te velde maar al snel kwamen de mannen erachter dat de veterschoenen prettiger dragen waren, in combinatie met Gamaschen (beenwindsels). Hoewel voor de algemene infanterist de veterschoenen niet toegestaan waren werd het algemeen gedoogd.
Bij RIR119 streven we ernaar vooral in 1914-1915 de laarzen te dragen.

Marschstiefel
De laarzen zijn ongeveer 35 cm hoog en beslagen. Tot oktober 1915 hadden ze een natuurlijke leerkleur (bruin), daarna werden ze gezwart.
Opvallend is de zijnaad (Seitennaht) van de laars. Ook is de laars aan de buitenzijde ruw, de gladde zijde van het leer bevindt zich aan de binnenkant. Er zijn goede replica’s op de markt.
Onderhoud: de laars goed in het vet zetten, bij voorkeur Dubbin. Dit bij gebruik dagelijks doen.

Schnurschühe
De veterschoen zoals overal te zien kwam in feite pas eind 1914/begin 1915 bij de troep. De schoen die vóór die tijd in gebruik was had een sluiting met veters aan de zijkant van de schacht. De schoen was van ongeverfd (bruin) leer, ruwe buitenzijde.
De schoen die daarna kwam sloot met een leren veter op de wreef en was in beginsel onbeslagen. Pas eind 1915/begin 1916 werd de schoen zoals de laars met nagels beslagen.
Buiten de dienst werd de schoen zonder Gamaschen gedragen, te velde werd de broek en bovenzijde van de schoen ingebonden met beenwindsels.

Gamaschen

De beenwindsels bestaan uit twee repen stof, ongeveer 10 cm hoog en ongeveer 2,70 m lang. De verstrekte Gamaschen hadden een bindstrip van Tuch met een aparte koperen sluiting (zg. BH-sluiting). Het windsel had een haakje waarmee het achter de schoen werd gehaakt voordat het windsel omhoog afgewikkeld werd. Met de bindstrip werd het windsel vastgezet.
Vanwege de schaarste aan Gamaschen was een veelvoud van kleuren te zien aan het front, met bindstrippen van Tuch maar ook vaak van keperband.
Beenwindsels zijn voor een klein bedrag goed verkrijgbaar.

      
replica en bruikbaar                        origineel met gespen en haken

Kopfschütz

Lederhelm mit Spitze
In de volksmond aangeduid met ‘Pickelhaube’. Het model wat uitgereikt werd was de M.1895. Een gladde, zwarte leren helm met een embleem (‘Zierat’) van het ‘Kontigent’ waar de soldaat dienst deed, bij RIR119 dus van Württemberg.
Tot eind 1914 had de helm een overtrek met rode, en snel daarna groene letters en cijfers van ongeveer 5 cm hoogte. In het geval van RIR119: een ‘R’ met daaronder het getal ‘119’. Deze aanduiding verviel officieel pas in april 1915 maar werd in de praktijk al veel sneller verwijderd.
Wat ook in het voorjaar werd verwijderd was de spits van de helm. De nieuw verschenen helmen hadden dan ook een spits die middels een bajonetsluiting verwijderbaar was.
Hoewel de Stahlhelm al vanaf november 1915 z’n intrede deed, bleef de Lederhelme tot in 1918 in gebruik, met name bij troepen die niet in de voorste lijn vochten. De helmen verschenen in vilt, in blik en zelfs in papier-maché vanwege de tekorten aan leer.

Stahlhelm
De ‘Stahlschützhelm’ zoals hij officieel heette was in het najaar van 1915 in Berlijn ontwikkeld en werd uit chroomnikkel vervaardigd. Het gemiddelde gewicht was 1200 gram. De helm kwam in 5 maten: 60, 62, 64, 66 en 68. De eerste vier maten waren ook in de helmschaal gestempeld.
De eerste helm had een binnenwerk met een leren bevestigingsband, die met drie nieten aan de schaal was bevestigd. De stormriem was bevestigd aan twee bouten (‘Knopf 91’) aan de binnenzijde van de helm. Dit type staat bekend als M.16. In begin 1917 werd deze leren band vervangen door een blikken band: de M.17. De volgende ontwikkeling was in de zomer van 1918, toen het helmdraagbandje werd gewijzigd en vastgezet aan het binnenwerk: de M.18.
Ook in de zomer van 1918 kwam de typische camouflagepatroon in zwang voor de helm (en wat overige wapens en uitrustingsstukken), de zg. ‘Mimikri’.
De 26. Reserve Division, waar RIR119 deel van uitmaakte, had bij aanvang van de slag aan de Somme (01/07/1916) voor de meeste frontsoldaten een stalen helm, maar niet voor iedereen! Het zou nog tot voorjaar 1918 duren voordat alle gevechts- en gevechtsondersteunende eenheden beschikten over de stalen helm.
Aanschaffen van een helm: zorg dat je een goede maat helm krijgt. Alle replica’s zijn altijd de grootste maat (68) en bovendien zichtbaar anders dan de originelen. Zorg voor een originele schaal (voor de meeste mensen is maat 64 of 66 goed) en koop een M.16 binnenwerkje. Daar kun je de hele oorlog mee doen.
Daar de mimikri camouflage maar een heel klein deel van de oorlog te zien was wordt dat niet gevoerd in de groep RIR119.

Stirnpanzer
Dit was een extra plaat die, steunend op de ‘hoorntjes’ van de helm, extra bescherming bood aan de soldaat. Daar het ding nogal lomp was en de drager ernstig belemmerde, werd het eigenlijk alleen gebruikt voor wachtposten. In deze rol ook toegestaan bij RIR119.

Gaedehelm
De Gaedehelm, eigenlijk meer een koppantser, was op eigen initiatief ontwikkeld bij het 5e leger in de Vogezen. Er werden zo’n 1500 stuks gemaakt die na een paar maanden werden ingenomen en omgesmolten. Er bestaan replica’s van, maar binnen de groep RIR119 wordt hier niets mee gedaan.